

| Als kleuren van een regenboog horen de mensen bij elkaar en ieder geeft zijn eigen tint aan wat door God en mensen samen als droom gekoesterd wordt. |
|
| Met kleuren van een regenboog heeft God een gordel licht gespannen om de wereld. Zijn regenboog weerkaatst het kleurenpalet van gaven, aan mensen toebedeeld. Als niemand iets van wat hij krijgt voor zich alleen bewaart, maar alle kleuren in elkander vloeien ontstaat het wit en helder licht van Gods volkomen heil. |
|
| God maakt een schitterende mozaïek met mensen die als steentjes zijn, vaak klein en wat geschonden, soms glimmend nieuw en warm gevlamd. maar alle steentjes die de mensen zijn raapt God met liefde op. Hij voegt ze samen in zijn mozaïek. Hij is een dankbaar kunstenaar die juicht om wat aan schoonheid mogelijk is met steentjes en met mensen. |
|
| En God schept brandramen vol geheimenis met stukjes glas, veelvormig en uniek van kleur zoals zijn mensen zijn. Ook wie bijna gebroken is, scherfachtig en onvolkomen of arm als Job in eigen ogen geeft God een nieuwe warme kleur en maakt Hij tot onmisbaar deel in 't brandraam van zijn dromen. Waar mensen samenkomen, elkaar in dienstbaarheid genegen schept God een kunstwerk dat ontroert. |
|
| Vanuit zijn hemel zonder grenzen hoopt God in spiegelschrift bij toegewijde mensen de ets te zien van zijn oneindig wezen. |
|
| Een regenboog, een mozaïek, een brandraam, om het even, maar God wil dank zij ons zijn schoonheid aan de mensen geven. |
|
| Marcel Weemaes, Een mens bloeit op, Gedachten, gedichten, gezangen en gebeden, 2000 |
|
Hoog in de nok van de tent danste de clown op de koord. Daar hielden de mensen van. Ze juichten hem enthousiast toe. En aan het handgeklap kwam geen einde.
'Een toffe', zeiden de mensen, 'grandioos'.
Op zekere avond zaten de mensen weer te kijken vanuit hun gemakkelijke stoelen. Toen riep de koorddanser naar beneden: 'Denken jullie dat ik het kan?'
'Ja!' schreeuwden de mensen. En hij danste van de ene kant naar de andere. Hij kon het omdat ze in hem geloofden.
Toen rolde hij een kruiwagen op de koord en riep: 'Denken jullie dat ik het kan met een kruiwagen?' 'Ja' schreeuwden de mensen, luid en geestdriftig.
En de koorddanser ging met kruiwagen en al over de koord. Hij kon het omdat ze in hem geloofden.
En opnieuw riep hij naar beneden: 'Denken jullie dat ik het nog steeds kan, als iemand van jullie in mijn kruiwagen komt zitten?' Toen bleef het beneden muisstil, zo stil dat de koorddanser bijna het evenwicht verloor. Ze geloofden niet meer in hem, ze waren bang voor zichzelf.
Het heilige woud zegt: 'Kap mijn bomen niet'.
De heilige vijver zegt: 'Vervuil mijn water niet'.
Het heilige zaad zegt: 'Zet geen prijs op mij, ik ben een geschenk'.
Heilig betekent: overschrijd deze grenzen niet.
Het kind: 'Geef me ruimte en grenzen'.
De jongere: 'Laat me zoeken en ontdekken'.
De volwassene: 'Gun me inzicht en vrede'.
Heilig betekent: hou mij in ere, hou mij heel.
De heilige grond zegt: 'Put me niet uit'.
De heilige lucht zegt: 'Laat me adem geven aan allen'.
Heilig betekent: respecteer me, beschadig me niet.
Moet alles kunnen?
Alles moet kunnen...
Alles moet kunnen gezegd worden,
geschreven worden, getoond worden, uitgeprobeerd worden.
Alles wórdt dan ook gezegd, geschreven, getoond, gedaan.
Ook wat vals is, onwaar is, platvloers is,
ruw is, smeerlapperij is, kwetsend is, vernietigend is...
Eerst werden in naam van de absolute vrijheid
alle heilige huisjes afgebroken
en bij de volgende stap was niets of niemand nog heilig,
behalve datgene wat elk individu
voor zichzelf heilig verklaarde.
Nieuwe dogma's en fundamentalismen regeren in de samenleving.
Ben ik tegen het aftasten van 'grenzen'? Nee.
Ben ik tegen een grotere individuele vrijheid? Nee.
Ben ik tegen experimenteergedrag bij kinderen en pubers? Nee.
Ben ik tegen alles binnen strakke en knellende lijnen? Ja.
Maar, mag ik mij zorgen maken
over vergaand egoïsme, over stuitende onbeleefdheid,
over ontluistering van menselijke relaties,
over totaal gebrek aan respect voor wie leiderschap opneemt,
over groeiende onwil om solidair te delen,
over het gesjacher met baby's...?
Moet alles kunnen?
Nee, niet alles moet kunnen!
De grens is de goede naam, de kwetsbaarheid,
de hulpeloosheid, de voorzichtige dromen van de medemens.
Doe niet aan een ander wat je zelf ook niet wilt aangedaan worden.
André Quintelier
Als de koningen binnentreden
in 't vereenzaamd huis
met vlammende mantelkleden
en fluwelen geruis
neemt Maria 't Kind op de armen
en kust het met gretige zoen,
ze wil het voor eeuwig beschermen
zoals iedere moeder zou doen.
Dan worden rijke offeranden
aan 't voeteind gespreid.
Maria vouwt de handen
en God zij gebenedijd!
Zij ziet trezoren en juwelen,
de zon kleurt een vreemd blazoen,
maar haar schat zal ze ruilen noch delen,
wat immers geen moeder zou doen.
Goud glanst op kristallen schalen
wat men de koning biedt,
wierook stijgt in spiralen
uit de hand van de acoliet.
De dunne neusvleugelen trillen.
Maria ruikt mirre uit bitter groen.
Hoe hoog zal ze 't Kind kunnen tillen?
Ook dat moet een moeder eens doen.
Zij laat de greep zich ontspannen,
Zij troont de Zoon op de schoot,
Zij groet de gemantelde mannen
En het satijnen avondrood.
Maar wanneer na dertig jaren
zij herdenkt haar wilde zoen
huilt ze: Vaarwel en dat God je beware!
Zoals iedere moeder zou doen.
(Gery Helderenberg)